Aanbod en aanvaarding in ketenregeling

Hof Amsterdam, 31 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1222

Een werkgever is de mist in gegaan met een afwijking van de wettelijke ketenregeling in de toepasselijke cao. De cao bepaalt dat een tweede verlenging van een dienstverband voor bepaalde tijd leidt tot een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

De werkneemster trad in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor één jaar, wat na afloop werd verlengd met één jaar. Voor afloop van de tweede arbeidsovereenkomst vindt een gesprek plaats. Daarin deelt de leidinggevende mee de arbeidsovereenkomst nogmaals te willen verlengen voor een jaar, waarop de werkneemster aangeeft dat zij dit ook graag wil. Vervolgens stuurt de leidinggevende een e-mail naar de gehele afdeling waarin hij vermeldt dat het contract van de werkneemster wordt verlengd.

De werkgever realiseert zich daarna pas dat dit aanbod op grond van de cao een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is en trekt het aanbod weer in. De werkneemster verzet zich hiertegen en vordert bij de kantonrechter wedertewerkstelling en doorbetaling van het salaris. De kantonrechter wijst de vordering af. De werkneemster gaat in hoger beroep.

Oordeel gerechtshof

De belangrijkste vraag is of in het gesprek met de leidinggevende een arbeidsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Daarbij is van belang wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid. Aanbod en aanvaarding kunnen immers ook besloten liggen in gedragingen. Het hof vindt het aannemelijk dat de werkneemster in het gesprek met de leidinggevende het aanbod heeft aanvaard. Een belangrijke omstandigheid hierbij is dat de leidinggevende dezelfde dag de e-mail heeft gestuurd om de hele afdeling hierover te informeren.

De werkgever beroept zich erop dat er geen nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen omdat er niet over de arbeidsvoorwaarden is gesproken. Dit verweer gaat niet op, omdat partijen ervan uit zijn gegaan dat de overeenkomst op dezelfde voorwaarden werd voortgezet. Bij de eerdere verlenging is daar ook niet over gesproken. Ook het verweer dat de werkgever zich niet heeft gerealiseerd dat het aanbod zou leiden tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat hij daarom niet aan die overeenkomst is gebonden, gaat niet op. Dit moet voor rekening van de werkgever blijven.

Het hof stelt de werkneemster daarom in het gelijk. Zij moet weer tewerk worden gesteld en het salaris moet worden betaald vanaf de datum dat het tweede contract is afgelopen.

Commentaar

Uit deze uitspraak volgt dat een arbeidsovereenkomst tot stand komt door middel van aanbod en aanvaarding. Een handtekening onder een overeenkomst is niet per se vereist. Aanbod en aanvaarding kan ook worden afgeleid uit de gedraging van partijen. Dit is met name van belang in het licht van de ketenregeling, gezien het feit dat na een keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, de werkgever vaak niet wil dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand komt. Gelet op de nieuwe ketenregeling en de mogelijkheid dat er in een cao een afwijkingsmogelijkheid kan worden opgenomen, is daarom oplettendheid vereist.

Dit artikel is ook verschenen in OR Informatie op 18 augustus 2015.

Auteur(s)

  • Chris NekemanChris Nekeman